Doornspijk

Geschiedenis van het landschap

Het landschap van den Noordwest Veluwe is gevormd in de laatste twee ijstijden. Door stuwing van het landijs zijn de Veluwse stuwwallen ontstaan. In de middeleeuwen vestigden zich de eerste permanente bewoners in dit gebied, voor die tijd trokken er met name nomadische en seminomadische stammen door het gebied. Naast vissen en jagen deden zij op beperkte wijze ook aan landbouw. Het was de Friese evangelieprediker Liudger Thiadgrims die in het jaar 796 de onroerende goederen in “Villa Thornspic” ontving. Door overmatige begrazing en het afplaggen van heide ontstonden vanaf de late Middeleeuwen in de hoger gelegen gebieden zandverstuivingen. Vanaf het eind van de negentiende eeuw werd deze gedeeltelijk beplant met bomen. Op landgoed De Haere is nog een omvangrijke zandverstuiving aanwezig.

Zandverstuiving "de Zoom"

Waar komt de naam vandaan?

Via allerlei verbasteringen is Thornspicc uiteindelijk Doornspijk geworden. De naam zou verklaard kunnen worden uit de oude betekenis van het woord doorn, dat niet alleen verwijst naar de stekels op takken van verschillen planten, bomen en struiken, maar ook in het Middelnederlands naar ‘land in de vorm van een punt, begrensd door twee waterlopen’. En als je dan bedenkt dat het grondgebied van het kerspel Doornspijk tot aan Noordeinde liep, met als zuidgrens ongeveer wat nu de A28 is, dan zie je inderdaad een gebied in de vorm van een punt. Als dàt zo is, is de naam Doornspijk heel bijzonder.  Ook het woord spijk betekent in het Middelnederlands ‘puntig stuk land’…. In het oude gemeentewapen van Doornspijk is gekozen voor de botanische verklaring, de leeuw in het wapen houdt een sleedoorntak in zijn klauw en de sleedoorn heeft enorme harde, puntige doornen.

Een stukje historie

Doornspijk is een landelijk gelegen dorp tussen de kust van de voormalige Zuiderzee, de woeste bos- en heidegebeiden en zandverstuivingen van de Veluwe. Hoewel Elburg binnen de gemeente de meeste aandacht trek als prachtig middeleeuws stadje, is Doornspijk dus vele malen ouder. Doornspijk, of Villa Thornspic zoals het toen genoemd werd, komt voor het eerst in het jaar 796 n.C. in de bronnen voor. Bij villa moet je dan niet denken aan een enorm huis maar aan een gemeenschap van meerdere boerderijen. Waarom wordt Thornspic al zo vroeg genoemd? Omdat er uit naam van de missionaris Liudger (tegenwoordig bekend als Ludgerus) een kerkje werd gesticht aan de rand van de Zuiderzee. Het land in dit gebied kwam na zijn dood in handen van het klooster van Werden in Duitsland, en in de akte van overdracht wordt voor het eerst gesproken van Villa Thornspic. Het Doornspijkse kerspel strekte zich uit van Bijssel in het zuiden tot het huidige Noordeinde in het noorden en vandaar liep de grens naar het westen tot aan Muligen in Oldebroek. De gelovigen in dit gebied gingen allemaal in Horst naar het door Liudger gestichte kerkje. Thornspic was een nederzetting met een kern en vanuit deze kern werd handel gedreven. In de 13e eeuw werd dit bedrijvige centrum tot stad verheven en kreeg het de naam “Stadt van der Elborch”, later kortweg Elburg genoemd. In 1825 werd de Sint Ludgeruskerk eerst getroffen door een zware storm, daarna door de bliksem. Dat betekende het einde van dit honderden jaren oude godshuis. De nieuwe kerk is verderop gebouwd en het centrum werd daarmee verplaatst. Tegenwoordig zijn de restanten van de kerk nog te bezichtigen aan de Nieuwstadsweg, waar je heerlijk kunt picknicken en tevens een vogelspotplek gevestigd is. 

Sint Ludgeruskerk